Theologie biedt brede vorming: van talen tot psychologie tot filosofie.

Tegelijk is het een diepe studie: uiteindelijk gaat het om de meest wezenlijke zaken die er zijn.

Het gaat om God en mens, om hemel en hel, om goed en kwaad, om wat telt tot in eeuwigheid.

 Dat geeft al aan hoezeer ik theologische vorming nodig had en heb als predikant.

Mijn taak is immers breed en gaat diep. Ik heb vaak een rol in de verbinding tussen God en mens. Soms in algemene zin, soms in toegespitste situaties. Soms bij grote vreugde, soms bij hartverscheurend verdriet. Soms bij diepgelovigen, soms bij ongelovigen. Soms voor groot publiek, soms bij een eenzaam mens in een binnenkamer. Maar altijd gaat het dan om wat er echt toe doet in een mensenleven. Daarom ben ik dankbaar dat ik goed beslagen ten ijs mocht komen!

 Dat ik, bijvoorbeeld, de kans kreeg om de grondtalen van de Bijbel te leren is een voorrecht dat ik van God ontving. Soms denk je het evangelie te kennen, maar werkelijk lezen wat er staat biedt zo vaak iets verrassends dat ik het elke christen toewens de grondtalen te kennen. Zolang die wens niet uitkomt mag ik hen dienen met de vorming waar ik zelf dankbaar voor ben.

Het is maar een voorbeeld. Dankbaar voor wat ik meekreeg ben ik ook als het gaat om het bereiken van de puber die van zijn ouders naar catechisatie moet, om het doorzien van de huidige tijd, om het begrijpen van wat in een mens kan omgaan, om het leiden van een groep mensen die elkaar niet uitkozen, om het helpen vinden van een weg bij mensen die moeilijke keuzes moeten maken. Theologische vorming helpt me om daarin zo goed mogelijk dienstbaar te zijn.

 Wat is de kern van jouw predikantschap?

De ene predikant ziet zichzelf allereerst als herder, de andere als leider, een derde gebruikt een andere metafoor. Ieder vindt daarin zijn eigenheid.

Ik zou mezelf als gids omschrijven. De kern van mijn taak is het wijzen op God.

Dat is zinvol. Want een mens leeft zo aan God voorbij. Er is veel dat het zicht op God kan verduisteren. Ik mag tonen wie God is, hoe Hij werkt, waarom Hij aanbidding waard is, wat God aan vreugde voor mensen klaarlegt. De kansel is daarin mijn primaire biotoop. Maar ik ben met plezier, als gewoon gemeentepredikant, de allrounder die op allerlei terreinen probeert mensen op God te wijzen en te helpen op de weg die Hij met hen gaat. En die de gemeente als geheel richting geeft, vanuit een gedeelde visie. Een gids dus.

Maar dan wel een gids die het soms zelf ook niet weet, die zelf ook op God gewezen moet worden, die soms ook aan het zoeken is. God en de gemeente zijn gelukkig niet afhankelijk van een predikant. Maar het mooie van een predikant is wel dat hij of zij heeft geleerd om goed te zoeken: theologische vorming!

 Waarom wilde je predikant worden? En zit daar ontwikkeling in, waarom wil je nu predikant zijn?

Waarom iemand iets wil is zomaar onverklaarbaar in een mensenleven. Ik weet uiteindelijk niet waarom ik predikant wilde worden. Ik kan wel een combinatie van factoren noemen (tamelijk brede interesse, goede ervaringen met de kerk, graag bezig met wezenlijke zaken), maar dat is niet het antwoord. Dichter bij het antwoord komt het woord roeping. God heeft een vermoeden in mijn hart gelegd en dat laten rijpen tot de overtuiging dat Hij mij inderdaad als predikant wil hebben. Toch is ook het woord roeping niet het antwoord. Want dan kan het lijken alsof ik maar gewoon door God aan het werk gezet ben. Zo is het niet: ik wilde het zelf ook. Maar waarom wil een mens iets? Dat is zomaar onverklaarbaar in een mensenleven.

Het zal zijn hoe God wel vaker werkt. Niet overduidelijk aanwijsbaar, zonder bijzondere ingrepen, middels gewone mensenoverwegingen, via gewone levensfactoren, en toch soms – meestal achteraf – goed te zien als de weg die God met een mens ging. Hij zat er de hele tijd al achter!

Achteraf zie je het pas echt. Want alleen al doende leer je wat het is om predikant te zijn. In mijn geval vielen de dingen op hun plek: het bleek te werken (het ene beter dan het andere, natuurlijk). Meer dan dat: ik vind het nog altijd een voorrecht om predikant te zijn. Waarom? Dat het werk veelzijdig en uitdagend en zinvol is – van besturen tot lesgeven tot coachen tot studeren tot preken – en dat je je sterke kant daarin kunt ontplooien, dat is een factor. Maar dat is niet de reden. Ook het feit dat ik geniet van de vergezichten die God me laat zien, of dat ik bemoedigd word door hoe bemoedigd mensen kunnen worden door mijn werk is niet de reden. De reden is misschien uiteindelijk simpel. Ik tref mezelf aan als iemand die dienstbaar kan zijn aan God op de plek die Hij me gaf, met de gaven die Hij me schonk, en met de voorrechten die ik nergens aan heb verdiend. Ik tref mezelf aan als iemand die leeft van de geef: van genade. Een mooier leven is er niet.

Arjan Koster, predikant