In Memoriam Prof. Drs. J.P. Lettinga

Professor Lettinga: de meeste medewerkers van de Theologische Universiteit en zeker de huidige studenten zullen niet veel meer van hem weten dan zijn naam. Wie was deze man, die donderdag 26 augustus 2021 in de leeftijd van 100 jaar overleed?

Ik zal hier niet zijn hele levensloop vertellen. Dat heeft Koert van Bekkum enkele jaren geleden gedaan gedaan in zijn prachtige bijdrage ‘A Leiden Semitist in Kampen’ in het boek Biblical Hebrew in Context, dat Lettinga in 2018 is aangeboden (online: https://www.pdfdrive.com, type ‘Lettinga’). Ik beperk me tot zijn werk aan onze instelling, voornamelijk aan de hand van persoonlijke herinneringen.

Jarenlang bestond aan de Theologische Hogeschool – zoals deze toen heette – de gewoonte dat de hoogleraar Oude Testament het onderwijs in het Hebreeuws erbij deed. Voor Kampen/Broederweg veranderde dat in 1952 met de komst van lector Lettinga. Een echte, goed opgeleide semiticus uit Leiden kwam de taaklast van Prof. Holwerda verlichten. Helaas overleed Holwerda kort daarna, op jonge leeftijd, wat voor Lettinga en velen met hem een zware slag was.

Zelf ontmoette ik Lettinga voor het eerst op de voorlichtingsdag van het schooljaar 1976-1977. Hij gaf ons toen in het magazijn van de bibliotheek een voorbeeldcollege over de uitdrukking ‘een verbond snijden’ (כרת ברית). Ik kreeg meteen desgevraagd van hem het advies mee om niet semitische talen te gaan studeren aan een rijksuniversiteit. Ik kon beter naar Kampen komen en daar het hoofdvak Oude Testament kiezen. Hij zou er dan wel zorgen dat ik ook Akkadisch zou leren. Aldus besloten; de gevolgen zijn bekend.

De manier waarop Lettinga ons het Hebreeuws bijbracht zou ik willen typeren als: klassiek, met aandacht voor historische verbanden en Leidse acribie. Zijn pedagogische methode was even eenvoudig als doeltreffend: de belangrijkste dingen die je moest weten eindeloos herhalen, steeds in dezelfde strak geformuleerde zinnen. Het enthousiasme, waarmee hij je bijvoorbeeld het alfabet uitlegde alsof hij het zelf tien minuten geleden geleerd had, deed de rest.

Naast Bijbels Hebreeuws en Akkadisch verzorgde Lettinga onderwijs in het Bijbels Aramees, het Syrisch (af en toe), Bijbelse Oudheidkunde (archeologie, geografie en geschiedenis van het oude Nabije Oosten) en Tekstgeschiedenis van het Oude Testament (sinds zijn aanstelling tot buitengewoon hoogleraar in 1970). De opsomming laat op zichzelf al zien hoeveel je van hem kon leren. Hij heeft een groot aandeel geleverd in mijn vorming tot oudtestamenticus.

Lettinga was niet alleen hoogleraar; hij zwaaide ook de scepter over de bibliotheek. Hij zorgde voor een goed geoutilleerde studiezaal op zijn eigen vakgebied: de Greijdanuskamer. Het is zeker mede aan hem te danken dat een oudtestamenticus in onze bibliotheek snel de hand kan leggen op vrijwel alle boeken of artikelen die hij nodig heeft. Lettinga verrijkte het pand zelfs met fraaie afgietsels van monumentale inscripties en een heus Baälbeeld.

Al heel jong begon Lettinga met het publiceren van literatuuroverzichten voor de vereniging Ex Oriente Lux, waarvoor hij altijd een warme pleitbezorger was. Zijn belangrijkste publicatie is die van de Grammatica van het Bijbels Hebreeuws, eerst als herziening van de bestaande editie van Nat en Koopmans, later als een boek dat helemaal op zijn eigen naam stond. Er verschenen ook vertalingen in het Frans en het Duits. De grammatica vormde met het bijbehorende Hulpboek het leerboek voor vele studenten Hebreeuws, aan verschillende instellingen in Nederland en daarbuiten. Dat was voor hen niet altijd eenvoudige kost, zo ervoer ik zelf tijdens mijn beginjaren als docent aan de TU. Aan het gebruik ervan kwam pas een einde rond de millenniumwisseling, toen Wolter Rose zijn eigen, veel modernere methode invoerde.

Naast de grammatica heeft Lettinga in zijn latere jaren niet zo heel veel gepubliceerd. Behalve zijn zwakke gezondheid speelde daarbij – naar mijn inschatting – zijn perfectionisme een rol. Elk foutje moest verwijderd worden, geen komma mocht verkeerd staan. Of hij op dit punt een goede invloed op mij heeft gehad, valt te betwijfelen…

 

Lettinga was zich ervan bewust dat hij geen theoloog was. Hij mocht graag af en toe hen die dat wel waren een beetje prikkelen, bijvoorbeeld wanneer er curatoren onder zijn gehoor zaten. Maar afgezien daarvan hield hij zich bij zijn eigen terrein.

Tegelijk was hij iemand met een sterke overtuiging en duidelijke meningen. Die stak hij niet onder stoelen of banken. Na zijn afscheid uit de actieve dienst in 1987 gaf hij zijn opvolgers de ruimte om het op hun eigen manier te doen. Tegelijk bleef hij sterk betrokken bij allerlei ontwikkelingen aan de TU en liet zich daar in kritische zin over uit. Tijdens de breuk in de kerk van Kampen-Noord in 2004 liet hij duidelijk merken waar hij stond. Hij koos anders dan ikzelf. Maar toen we daar op zijn uitdrukkelijk verzoek een stevig gesprek over gevoerd hadden, was het ook goed. Het leverde geen blijvende schade op voor het onderlinge vertrouwen en de omgang met elkaar.

Lettinga heeft na zijn emeritaat nog 34 jaar mogen leven, tot na zijn 100ste verjaardag. En dat terwijl de huisarts vroeger voorspeld schijnt te hebben, dat hij hooguit 25 zou worden. Menselijk gesproken heeft hij dit zeker ook te danken gehad aan de geweldige steun van zijn vrouw. Zij was zelfs bereid het Hebreeuwse alfabet met alle bijbehorende tekentjes te leren, zodat ze hem kon helpen met het maken van bibliografische aantekeningen. Verder wilde ze niet gaan, “want” – zei ze – “dan praten we nergens anders meer over”.

Ook de roostermakers van de Theologische Hogeschool hielden rekening met zijn bijzondere situatie. Hij gaf nooit college om half negen ’s morgens. Als er vroeg in de ochtend een mondeling eindexamen was, plaatste men zijn vak achteraan, zodat hij vlak voordat het zover was kon binnenlopen. “Lettinga nooit storen vóór 16.00 uur”: de ouderejaars studenten peperden ons dat in. De gevolgen voor onze slaagkansen zouden namelijk fataal zijn. Maar tentamen doen om twaalf uur ’s nachts was volgens de overlevering geen enkel probleem.

De laatste jaren waren moeilijk. De lichamelijke en geestelijke achteruitgang van zijn vrouw en haar overlijden in mei vorig jaar waren vielen Lettinga zwaar. Heel lang bleef hij zeer helder van geest. Totdat ook dat op het allerlaatst minder werd en hij geen bezoek meer kon ontvangen.

“Uw Woord is volkomen zuiver, uw dienaar heeft het lief”. Deze tekst – Psalm 119:140 – heeft de TU boven het bericht van overlijden in het Nederlands Dagblad geplaatst. De tekst raakte mij emotioneel. Het ging Lettinga bij al zijn werk uiteindelijk om het Woord van zijn God. Hij las dat met grote vreugde in het Hebreeuws en het Aramees. Hij gaf zijn leven aan de opleiding van verkondigers van dat Woord en liet daar andere mogelijkheden voor schieten. Hij deed zijn uiterste best om jonge mensen dat Woord in het origineel te laten lezen. Maar als dat niet zo goed lukte, liet hij hen toch door. Als ze maar hun best deden en hij vermoedde dat er ondanks dit mankement een goede dominee in hen stak. Want dat bleef het doel: het evangelie van zijn God en Vader dienen.

Na een lang leven is hij ontheven van zijn aardse dienst. Ik vertrouw er vast op dat hij nu samen met zijn geliefde Ans deelheeft aan Gods eeuwige feest.

 

Gert Kwakkel

 

31 augustus 2021

Alle nieuws items in één overzicht?