Aanvaardingsrede Masaaki Suzuki

28 januari 2015

Op 21 november 2014 maakte de senaat bekend ter gelegenheid van het 160-jarig bestaan van de Theologische Universiteit een eredoctoraat toe te kennen aan de Japanse musicus Masaaki Suzuki. In een plechtigheid in de Bovenkerk nam Suzuki dit eredoctoraat aan.


De titel doctor in de theologie reikt ver uit boven de positie die ik als musicus bekleed. Maar het feit dat de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederland haar aandacht richt op de muziek van Johann Sebastian Bach is, bezien vanuit het standpunt van het calvinisme, een opmerkelijk gegeven en vervult me met grote dankbaarheid. In het vervolg wil ik als praktiserend christen iets met u delen over de geweldige zegen die we in de afgelopen twintig jaar door de cantates van Bach hebben ontvangen.


Na mijn afstuderen aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam in 1983 keerde ik terug naar Japan, waar ik werk vond aan de Shoin Universiteit voor vrouwen in Kobe. Ik plande onmiddellijk een serie concerten waarin gebruik werd gemaakt van de prachtige pas gebouwde kapel en het bijbehorende orgel. Ik vormde een klein koor en begon een serie met uitvoeringen van de cantates van J.S. Bach, en van andere vocale werken en orgelstukken. Zeven jaar later, in 1990, bracht ik het muziekgezelschap nogmaals bijeen voor de ingebruikname van een concertzaal in Osaka. Dit resulteerde in de vorming van een ensemble en orkest dat we het Bach Collegium Japan doopten.

Vijf jaar later, in 1995, werd Kobe getroffen door een zware aardbeving. Het was in dat jaar dat we ook in contact kwamen met het Zweedse label BIS en een eerste begin maakten met de opname van Bachs kerkelijke cantates in de al genoemde kapel van de Shoin Universiteit. Dit jaar, 2015, is dus tevens het jubileumjaar van ons opnamedebuut.

Bepaalde authentieke instrumenten, zoals de baroktrombone en de hobo da caccia waren destijds niet in Japan verkrijgbaar, laat staan dat iemand die kon bespelen. Daarom bestelde ik zelf een hobo da caccia en vond een Japanse hoboïst die het instrument wilde uitproberen. Voor de eigenlijke uitvoeringen waren we echter altijd aangewezen op musici die helemaal vanuit Europa naar Japan moesten komen. Tot overmaat van ramp was ook niemand gewend dit soort opnames te maken. Daardoor duurde het soms wel twee uur voordat we zeker wisten dat een eenvoudig vierstemmig koraal van niet meer dan een minuut met de juiste intonatie en uitspraak was opgenomen.

Na enige tijd kozen we ervoor de drie of vier jaarlijkse opnameprojecten te combineren met de reguliere concerten van het Bach Collegium Japan. Dit verschafte de gelegenheid om ons met grotere regelmaat grondig te verdiepen in de klankwereld van de Bachcantates.

De eerste jaren gingen de opnames gepaard met aanzienlijke moeilijkheden en beproevingen. Bachs muziek is niet eenvoudig voor Japanse musici, in het bijzonder voor jonge zangers. Soms barstte iemand midden in een opname in tranen uit of konden instrumentalisten bijna niet verder vanwege de uitputting. Er braken ruzies uit met de producer. Opnamesessies werden onderbroken door hevige regenval. En in de zomer werd het geluid van cicaden (een insectensoort) vaak zo luid dat het onmogelijk werd de opnames voort te zetten.

Bovendien krijgen musici bij een cd-opname vaak pas betaald op het moment dat de cd’s ook daadwerkelijk worden verkocht. Vanaf de start van een opnameproject lopen de kosten echter gauw op. We bevonden ons daarom al snel op de armoedegrens, terwijl Japan tegelijkertijd werd getroffen door een grote economische crisis. Zo kwamen we er, terwijl het project al liep, achter welke enorme risico’s we hadden genomen door zonder sponsors te beginnen.

Ik stel vast dat het project zeker schipbreuk zou hebben geleden als God ons in deze moeilijkheden niet had behoed en geleid. Alles wat we deden leek omgeven door goddelijke bescherming. Als een van de musici ziek werd of niet in staat was te zingen, was er altijd wel een ander beschikbaar die kon invallen. En hoewel we nog steeds geen vaste eigen sponsor hebben, zijn we er op het moment dat het echt nodig was altijd in geslaagd te krijgen wat onmisbaar was, en deze gelukkige omstandigheden maakten het ons mogelijk het project voort te zetten.

In de cantates van Bach wordt veel meer uitgedrukt dan alleen menselijke emoties als vreugde en verdriet. Zo is het moeilijk grip te krijgen op een term als ‘Heilige Geest’. We kunnen de Heilige Geest immers niet zien. Maar wie luistert naar de tenor-aria uit de cantate Erschallet, ihr Lieder, BWV 172, begrijpt intuïtief wat ermee wordt bedoeld dat de Geest die blies op het moment van de schepping ook het paradijs van de ziel doorademt. En als we luisteren naar de onvergelijkelijk mooie sopraan-aria in de cantate Herr Jesu Christ, wahr’ Mensch und Gott, BWV 127, verstaan we de impact van de zonde en voelen we in de weergave van de secondewijzer hoe met het verstrijken van de tijd onze eigen dood onvermijdelijk nadert.

De kans om op gezette tijden de cantates te kunnen uitvoeren is daarmee uitgegroeid tot een unieke ervaring, zowel voor ons als uitvoerders als voor het publiek.

De afgelopen twintig jaar stond de uitvoering van de cantates altijd in het kader van een concert en vormden ze nooit onderdeel van een kerkdienst. Natuurlijk zijn alle cantates gecomponeerd voor de lutherse liturgie. Maar logischerwijs was het in een land als Japan, waar geen Duits wordt gesproken, absoluut onmogelijk ze binnen een liturgisch kader uit te voeren. In het begin vond ik dat jammer, maar ook onvermijdelijk. Al snel besefte ik echter dat Bachs muziek op deze manier ook een functie kon hebben in het omvormen van het concert tot een vorm van aanbidding voor wie zichzelf opent voor de woorden van God. In de woorden van Johannes Calvijn, die muziek typeert als een trechter naar het hart: het is mijn ervaring dat de Bachcantates zelfs in de concertzaal een trechter vormen waardoor Gods woorden diep in onze ziel worden gegrift en elke hoek van ons bestaan doordringen. Ook zelf hebben we de afgelopen twintig jaar ondervonden dat een opnamesessie met een cantate van Bach de beste manier is om de woorden van God te ervaren.

Tijdens de plechtigheid van vandaag krijgt u na een orgelsolo de gelegenheid twee Bachcantates te beluisteren. Beide werken zijn gerelateerd aan het opstandingskoraalChrist lag in Todesbanden. Meer dan bijna welke cantate ook spreekt de muziek van BWV 4 niet alleen het gevoel, maar ook het verstand aan. Het is misschien wel de meest theologische van alle cantates. Met dit werk begint de allereerste cd in onze cantateserie.

In deze cantate is de complete tekst van het koraal op muziek gezet. Na een korte introductie volgen delen van een totaal uiteenlopend karakter, telkens overeenkomstig bepaalde sleutelwoorden die in elk van de verzen naar voren worden gehaald. Het eerste vers, dat volgt na de korte instrumentale sinfonia, vat de belangrijkste gebeurtenissen uit het leven van Jezus Christus samen: hoe Hij verscheen in de wereld, werd gekruisigd voor onze zonden en op de derde dag opstond uit de dood. In het tweede vers horen we een duet van de sopraan en alt boven een lijn in de basso continuo die ijskoud voortbeweegt en zo een wereld symboliseert die wordt beheerst door de dood. In het derde vers verschijnt Jezus, begeleid door een razende unisono passage in de vioolpartij. Het vierde vers bestaat alleen uit een vierstemmig koor – dus zonder instrumenten. Dit representeert de gewelddadige strijd tussen leven en dood. Daarop beschrijft het vijfde vers hoe Jezus Christus zijn bloed als Paaslam vergoot. Het zesde vers viert de overwinning van het leven met een overwinningsmaal dat wordt weergegeven in een duet dat wordt ondersteund door levendige drievoudige versieringen. Dit wordt ten slotte gevolgd door het zevende en laatste vers van het koraal, gezongen in een eenvoudige vierstemmige zetting.

Het verhaal van deze cantate is dramatisch. Desondanks bestaat de instrumentatie van het ensemble alleen uit strijkers. Trompetten en hobo’s zijn afwezig. De inhoud van het werk wordt uiterst bondig uitgedrukt. Pas wanneer het stuk als geheel afgelopen is, wordt de luisteraar de prachtige symmetrie gewaar die eruit opkomt, met als centrum het vierde ‘strijd’-deel, en die de vorm veronderstelt van koor, duet, aria, vierstemming koor, aria, duet en koor. Op horizontaal niveau is de symmetrie vergelijkbaar met een kruis, waarvan de structuur een symbool vormt.

Hier wordt dus het kruis gepresenteerd, niet slechts in losse woorden, maar in het geheel van een muzikale structuur.

Ons cantateproject is niets minder dan een goddelijk wonder. Wie had zich ooit kunnen voorstellen dat de werken van Bach zo enthousiast uitgevoerd en beluisterd zouden worden in Japan, een seculiere, niet-christelijke natie, ver verwijderd van het Duitsland van Bach, en een land waar geen enkele religie ooit vaste voet aan de grond kreeg. Nog steeds vormen de christenen in Japan niet meer dan een paar procent van de bevolking. Maar hoewel er weinig aanwijzingen zijn voor massale bekering of voor toenemende kerkbouw in Japan, ben ik er zeker van dat de boodschap van de Bijbel langzaam maar zeker zijn weg vindt naar de harten van het Japanse volk.

Dit jaar is een veelbetekenend jaar. Het markeert het vijfentwintigjarig bestaan van het Bach Collegium Japan, het twintigste jaar sinds de Grote Hanshin-aardbeving, toen ons opnameproject begon, en allereerst en allerbelangrijkst, de zeventigste verjaardag van de nederlaag van Japan in de Tweede Wereldoorlog. Desalniettemin heb ik de indruk dat onze samenleving steeds meer tegen God ingaat. Bovendien is voelbaar hoe de Japanse politiek zich meer en meer naar rechts beweegt en er zich bij veel mensen een gevoel ontwikkelt dat bijna kan worden omschreven als heimwee naar de oorlog.

In deze omstandigheden wordt naar mijn gevoel de behoefte steeds groter aan muziek die is doordrongen van een kracht die het ons mogelijk maakt een goede houding te herwinnen en terug te keren naar de rechte weg. Ons lange project is nu voorbij. Maar ik ben er zeker van dat de missie van de cantates van J.S. Bach nooit zal eindigen.

Masaaki Suzuki, Kampen 28 januari 2015

Bekijk voor meer informatie hierover een artikel van de EO 

 

 

TU Kampen meer nieuws